| Maaksel De windvlaag die vallende zweepslagen tart: de zweepslagen staan voor de onderdrukking en slavenarbeid van het joodse volk in Egypte (in het boek Exodus). De windvlaag staat voor de Heilige Geest, Gods leven gevende kracht, die door Jezus vergeleken wordt met de wind, die waait waarheen hij wil (Johannes 3:8). Uilen: in de hele bundel duiken vogels op, hier is gekozen voor de uil die in de Bijbel gekoppeld wordt aan onheil en verwoesting (als wraak van God), en in de Griekse mythologie de vogel is van Athene, godin van wijsheid (geleerdheid) en krijgskunst. Uw glorie ontstak in nacht en viel t/m in onze stegen bleef het stralen: verwijzing naar Exodus 10:21-23. Toelichtingen Schuilkerk |