| Wake Volgens het hart stroomt alles één kant op: de bloedbaan die ons hart in ons rondpompt is een beeld van de rivier die we zelf zijn, en de grotere rivier die we met zijn allen vormen, die ontstaan is uit één bron en op weg gaat naar de zee. Uiteindelijk gaat de mens net als water een kringloop, onze oorsprong is onze toekomst. Ook al ziet het er niet altijd zo uit, maar wie met de ogen van het hart kijkt, ziet in ieder mens die oorsprong van liefde. Het ziet de teloorgang als één rechte lijn… t/m …tegen alle opgebouwde zekerheden in: dit gaat ten diepste over mijn bekering tot het christelijk geloof; in zekere zin een terugkeer naar de Vader, die al die tijd de voordeur al van het haakje had gehaald, al was ik er nog zo stellig vandoor gegaan. Hierin is een parallel met de parabel van de verloren zoon te zien (Lucas 15:11-32). Nog iets over die teloorgang en die rechte lijn. Dat slaat op de wereld waarin we leven. Van gloeidraden en treinrails (lees: moderne verworvenheden), maar ook van kogels en dijkdoorbraken (natuur- en menselijk geweld). Van vervreemding: van elkaar en van het goddelijke, het mystieke, de verbondenheid, het vieren, het rituele, het kwetsbare, het vredelievende, het schone. Toch wil het hart er niet aan dat deze “teloorgang” een verwijdering is van die rechte lijn terug naar huis, terug naar de overgave, de weg van de rivier naar de zee. Hoe grillig zijn baan ook, een rivier zal altijd zijn bestemming bereiken. Wie bereid is daarin te geloven, ziet met de ogen van het hart, die zelf een onwankelbare, zuivere rechte lijn van tegengas naar overgave laat zien (het pompen van het hart, de bloedbaan). Een mens is een rivier, volgens het hart stroomt alles één kant op, ook al zijn we nog zo “verstopt en verstrooid geraakt” (Stadsrand). De baan van de aarde: zoals onze bloedbaan dat is in het klein, is ook de baan van de aarde beeld van die ene zuivere rechte lijn, in feite dus een cirkelbeweging, van oorsprong naar bestemming. behekst gewaande kelders: ivm de laatste strofe een losse verwijzing naar de afdaling naar de hel van Jezus na zijn begrafenis. Aftelvers, stervensles, instinct in mijn intiemste nacht: dat is het hart. Het hart telt af tot de laatste slag, het is in feite aan het sterven, en leert ons te sterven, zoals Jezus ons leert te sterven om opnieuw tot leven te worden gewekt in Hem. Het hart leert ons af te tellen en die bestemming te bereiken, de afdaling te maken, stroomafwaarts richting zee, zo onvermijdelijk en natuurlijk als een instinct, en die intiemste nacht slaat op het diepste donker in onszelf, waar ons hart in ons lichaam zit, fysiek dus, daar is het immers altijd ‘nacht’, maar je intiemste nacht is ook je meest donkere moment, waarin je hart je in die blinde staat nog de weg kan wijzen, omdat het hart, die plek van liefde, ons instinct is, de bron waaraan de rivier ontsprong, de bloedbaan die we met zijn allen vormen (de bloedbaan van het Lichaam van Christus). Bovendien zien we hier opnieuw een verwijzing naar het motto van de bundel, en naar de beelden van het Heilig Hart van Maria en van Jezus. Toelichtingen Schuilkerk |