| ...en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. Johannes 1:5 Een citaat uit de proloog van het Johannes-evangelie, dat een wonderlijke parallel trekt tussen de komst van Christus in de wereld en het scheppingsverhaal in Genesis; zoals de wereld en de mensen zijn herschapen in Christus, die het Licht van de wereld is, en al voor de grondlegging der wereld bestond. Zijn komst is de voltooiing van Gods heilsplan met de wereld en de mens, en tegelijkertijd de terugkeer naar die schepping die goed was en bij God, en nu tot Hem terugkeert. Zoals er voortdurend sprake is van schepping en nieuw leven; ook daarom de opdracht: Aan alle moeders. In het bijzonder geldt dit voor Maria, de Moeder van Jezus Christus. Haar baarmoeder was de eerste heilige kerk van Christus. Geheel vervuld van de Heilige Geest, gelijk de schepping die bij God was en goed was. Zij was het zuivere tabernakel van heel ons leven ten einde toe en de toekomst van genade die ons wacht. We zien deze innige, diepe vervulling van de Geest als een brandend, lichtend vuur van liefde, ook in de afbeeldingen van haar Heilig Hart, en van het Heilig Hart van Jezus die zij in haar binnenste droeg. Toelichtingen Schuilkerk |