
Kladblok (2008)
Aan de top van de heuvel
neem ik afscheid van mijn gids
en laat me achterover vallen.
Ik land op de luchtstroom
die de doden veilig thuisbrengt,
hun lichamen een manke schaduw,
hun leegte langzaam warmend,
als in de kampen aan een ander,
aan wat in vredestijd banaal leek:
de lach om steeds dezelfde grappen,
de dagboeken vol vrijpartijen,
je naam op een beker, een stoel aan het raam.
Beulen spreiden speels hun vleugels,
schijnsels nemen toe in kracht.
Ik kom tot stilstand in de takken,
mijn kladblok een doorweekte prop.
< vorige - menu - volgende >
|