Van Allerzielen en apartheid (2007)

De dood viert feest in mijn getijde.

Ik deel met schedels een tafel in de nachtclub, terwijl
respijt als paranoia hun onwetendheid bewaakt.
De schemering weigert een uitspraak te doen
en houdt zich schuil in berichtgevingen
over roofovervallen en privatisering,
de waterstanden van arm en rijk.

Mijn dromen van Zuid-Afrika
gingen over open stranden.

Buiten de onontkoombare stad
vertakt zich de weg van de nacht naar de krotten
en stippelen bloedbaden zeeroutes uit.
De maan die aan de wolken vraagt
de velden aan haar gezicht te onttrekken,
is even blank als onze botten.

Volbloed claimen de geesten hun lidmaatschap.
Ik staar naar de asbak en de schedels die ik niet versta en
vraag me af of Palestina ooit Mandela's kind zal zijn.
De rook die omhoog kringelt, voorspelt weinig goeds.


< vorige - menu - volgende >