Keats House

Ik stond voor het bed waar je bloed had gespuugd
en aan de helderheid ervan in het schijnsel van een vlam
had gezien dat je moest sterven. Het licht schoof even
opzij, werd sterker en zakte weer weg, als een opgetilde

voile. Het was zo stil in de kamer. De zon
raakte ons aan, het was mei, ik had net in de tuin
naast de pruimenboom gezeten, met kleurpotloden
getekend en geluisterd naar de vogels. Geen koorts,

geen koude adem. Hoe kan het dat je doodging,
slapend en bedauwd op een heuvel aan het water,
de nachtegaal achterna in een waas en toch

voortdurend voortleeft als figuren op een vaas?
Spetters op het laken, letters op papier. We laten
zoveel sporen na en toch is thuis voor ons niet hier.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *