Wormen

In een kuil op zondagmorgen:
ik begon dit gedicht op zondag 28 september 2008, de dag na de Nacht van de Poëzie waar ik toen had opgetreden. De kuil verwijst naar Jozef die door zijn broers in een kuil werd geworpen (Genesis 37:18-24).

Tussen bushalte Oorsprongpark en een kruispunt:
dat is waar ik woonde toen ik dit gedicht schreef.

Wan:
instrument om kaf van koren te scheiden, tevens symbool voor de scheiding tussen de mensen die op de laatste dag bij God mogen wonen en zij die in de poel van vuur verdwijnen (vgl. Mattheüs 3:12).

En helpen de wormen de gangpaden over:
verwijzing naar Franciscus van Assisi, van wie het verhaal gaat dat hij eens een worm optilde die de weg over wilde steken, en naar de overkant van de weg bracht. Hij wilde zo nederig zijn tegenover God dat hij zich nog minder achtte dan de wormen. Die nederigheid klinkt door in overige fragmenten van het gedicht en het fictieve citaat van hem op het eind.

Terug naar de kapel

Comments are closed.