Nachtland

Motto:
Gedeelte van de terechtwijzing van Job door God. Job meende het beter te weten dan God en God zet hem op zijn plaats. Wij mensen hebben een beperkt besef van de aard en werken van God. Wij weten niet vanwaar de dageraad komt en hoe de wind waait. Dat is ‘een geheim dat het nachtland te boven gaat’. En: ‘de wind waait waarheen hij wil’ (vgl Johannes 3:8, zie Maaksel).

Schiet nu als dorstlessend danklied wortel.
Woestijnzand geeft leven, zoals voorspeld:
Jesaja 11:10; 35:1. Het ‘banier’ uit Jes. 11:10 komt ook terug in: De blanco vlaggen van de stilte.

Richting het oosten:
Daar komt de zon op, gelijk ook het motto. Van oudsher is het oosten de plek waar de Hof van Eden stond (Genesis 2:8), en Jezus zelf kondigt in Mattheüs 24:27 zijn wederkomst aan als de bliksem die van het oosten komt en tot in het westen schijnt (zie ook: ‘de tweesprong van het licht’ uit het motto, en de titel van het gedicht Tweelicht). Niet voor niets wordt de zon wel gezien als een afspiegeling van Jezus’ heerlijkheid als Licht van de wereld. Bovendien vindt men aan de oostzijde van een synagoge de heilige ark met daarin de wetsrollen van de Tora, en aan de oostzijde van veel middeleeuwse katholieke kerken het altaar.

Wandelen:
naar Genesis 6:9 (‘Noach wandelde met God’).

Door geen mensenhand geteld:
Openbaringen 7:9.

Terug naar de kapel

Moorden

De eerste strofe verwijst naar een bezoek in 2007 met een groep studenten journalistiek aan de Turkse krant Agos. We stonden toen op de plek waar eerder dat jaar hoofdredacteur Hrant Dink was vermoord, namelijk op de stoep voor de ingang van het redactiekantoor van Agos.

De tweede strofe verwijst naar de treinreis die ik op 7 juli 2005 maakte van Edinburgh naar Londen samen met allerlei internationale groepen activisten die de dagen daarvoor hadden geprotesteerd tegen de bijeenkomst van de leiders van de G8 (de acht rijkste geïndustrialiseerde landen) in Gleneagles. Vlak voor vertrek hoorden we dat er aanslagen waren gepleegd in Londen.

Terug naar de kapel

Wake

Het ziet de teloorgang als één rechte lijn… t/m …tegen alle opgebouwde zekerheden in:
dit gaat ten diepste over mijn terugkeer tot het christelijk geloof; in zekere zin een terugkeer naar de Vader, die al die tijd de voordeur al van het haakje had gehaald. Hierin is een parallel met de parabel van de verloren zoon te zien (Lucas 15:11-32).

Terug naar de kapel

Wormen

In een kuil op zondagmorgen:
ik begon dit gedicht op zondag 28 september 2008, de dag na de Nacht van de Poëzie waar ik toen had opgetreden. De kuil verwijst naar Jozef die door zijn broers in een kuil werd geworpen (Genesis 37:18-24).

Tussen bushalte Oorsprongpark en een kruispunt:
dat is waar ik woonde toen ik dit gedicht schreef.

Wan:
instrument om kaf van koren te scheiden, tevens symbool voor de scheiding tussen de mensen die op de laatste dag bij God mogen wonen en zij die in de poel van vuur verdwijnen (vgl. Mattheüs 3:12).

En helpen de wormen de gangpaden over:
verwijzing naar Franciscus van Assisi, van wie het verhaal gaat dat hij eens een worm optilde die de weg over wilde steken, en naar de overkant van de weg bracht. Hij wilde zo nederig zijn tegenover God dat hij zich nog minder achtte dan de wormen. Die nederigheid klinkt door in overige fragmenten van het gedicht en het fictieve citaat van hem op het eind.

Terug naar de kapel

Eindpunt

Er blijft geen steen meer op de ander:
verwijzing naar Mattheüs 24:2.

Maar hoeveel marcheren zal Jericho vergen:
verwijzing naar het verhaal in het Bijbelboek Jozua over de stad Jericho, de eerste toegangspoort tot het Beloofde Land; nadat de Israëlieten er zeven maal om heen hadden gemarcheerd, stortten de stadsmuren in.

Het Lam dat voor ons ter wereld kwam:
het Lam Gods, Jezus Christus.

Wacht een vuur op onze tongen, azuur op onze verkondiging:
Verwijzing naar Pinksteren (de uitstorting, als vurige tongen, van de Heilige Geest op de apostelen) en de daaropvolgende verkondiging van de christelijke heilsboodschap. Azuur is het hemelse blauw.

Vlammenstelers:
verwijzing naar de mythische figuur Prometheus die het vuur van de goden stal en daarvoor werd gestraft door eeuwig op een rots geketend te liggen terwijl iedere dag opnieuw een vogel zijn lever opeet. Het stelen van het vuur staat symbool voor de hoogmoed van de mens die alle macht naar zich toe wil trekken, vergelijkbaar met de zondeval uit de Bijbel waarin de mens gelijk wil zijn aan God.

Pleinen van vrede:
als Jezus terugkomt zal er vrede zijn op aarde, maar het verwijst ook naar het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, beroemd geworden door de man die in zijn eentje een tank tegenhield.

 

Terug naar de kapel